Kinderen spelen op trampoline in de schoolvakantie

Proef met zelf bepalen schoolvakantie op basisscholen

31 augustus 2016

Op 1 augustus 2011 startten elf basisscholen met een proef met flexibele onderwijstijden, waarbij ouders van kinderen zelf hun schoolvakantie konden bepalen. Zolang de leerlingen hun uren maar maakten, hoefden deze scholen zich niet te houden aan de vijfdaagse schoolweek en officiële schoolvakanties. Het experiment eindigde op 1 augustus 2014. In april van dit jaar maakte staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs aan de Tweede Kamer bekend dat hij de proef wil verlengen.

De proef die van 2011 tot 2014 duurde gaf volgens staatssecretaris Dekker nog ‘onvoldoende aanknopingspunten om een weloverwogen besluit te kunnen nemen’. De betrokken scholen in dit experiment waren te divers en te gering in aantal. Daarom wil hij de proef uitbreiden naar twintig scholen en verlengen tot de zomer van 2018. In 2018 worden de scholen die meedoen opnieuw onderzocht door de Onderwijsinspectie.

Zelf bepalen wanneer je je schoolvakantie inplant

Sinds 1986 schrijft de minister van Onderwijs voor welke regio (noord, midden en zuid) wanneer schoolvakantie heeft. Bij de proef van 2011 gaf de toenmalige Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt (CDA) aan dat ze de scholen en ouders de mogelijkheid wil geven het onderwijs zo te organiseren dat het past bij ‘de wensen van deze tijd’.

Met flexibele onderwijstijden kunnen ouders zelf kiezen wanneer ze met hun kinderen op vakantie gaan. De vakanties worden aan het begin van het schooljaar met de leerkrachten ingepland. Ook is het mogelijk om de kinderen maar vier dagen per week naar school te laten gaan. Met flexibele onderwijstijden zou het mogelijk zijn dat kinderen uit dezelfde klas nooit meer tegelijk vakantie hebben. Ook kunnen scholen aan het begin van het jaar in overleg met de ouders een gezamenlijk vakantierooster voor alle kinderen vaststellen.

Het experiment van 2011

Bij de proef moesten de scholen zich alleen houden aan een minimale onderwijstijd van 7520 uur in acht jaar. De scholen mochten afwijken van twee wettelijke regels: de centraal vastgestelde vakanties en de schoolweek van minimaal vijf dagen. Een school kan dan bijvoorbeeld besluiten de eerste jaren wat minder les te geven en later meer. Ook kan de zomervakantie worden ingekort om de vrije dagen beter over het jaar te verdelen.

Bevindingen van het experiment flexibele onderwijstijden

De flexibele schoolvakantie vraagt veel van de scholen. Zowel qua tijd als geld. Er is een verandering nodig van zowel onderwijskundige aanpak als van alle processen binnen de school. Leerlingen moeten intensiever individueel begeleid worden om te bepalen of ze vrij kunnen zijn. Ook werkt elke leerling op zijn of haar eigen tempo.

De reacties van de ouders en leerkrachten zijn voornamelijk positief. Ouders kunnen de schooltijden beter afstemmen op hun werktijden, en ze kunnen veel kosten besparen op vakanties wanneer zij buiten het hoogseizoen weg kunnen. Kinderen (en hun ouders) die gedurende de normale zomervakantie naar school gingen, waren bovendien erg tevreden over de extra aandacht die er voor hen was, door het kleinere aantal leerlingen.

Maar er zijn ook nadelen aan de proef. Zo scoorden de meeste scholen die meededen aan de proef slecht op de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van leerlingen. Dit kan echter te maken hebben met de korte testperiode, het gebeurt namelijk vaker dat scholen die van concept wisselen een tijdelijke terugval in kwaliteit hebben. Ook zijn er twijfels over de werkdruk voor leerkrachten. Om een school in de zomervakantie open te houden zijn meer leerkrachten nodig, of de leerkrachten moeten evenveel uren werken, maar verdeeld over meer weken.

Draagvlak voor flexibele onderwijstijden

Door middel van vragenlijsten is het draagvlak voor flexibele onderwijstijd onder scholen, leraren en ouders onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat er onder alle doelgroepen zowel positieve, negatieve en neutrale meningen zijn. 28 procent van de scholen is (misschien) geïnteresseerd in de mogelijkheid dat leerlingen zelf hun vakanties plannen en de rest niet. Van de ondervraagde ouders zou 9 procent overstappen naar een school waar flexibele onderwijstijd is ingevoerd, tegenover 20 procent die juist een andere school zou zoeken als dit op de school van hun kinderen wordt ingevoerd. Van de leraren staat 40 procent positief tegenover het concept en 47 procent negatief.

Hoe denkt u over flexibele onderwijstijden?

Bronnen: Rijksoverheid.nl, eindrapport onderwijsinspectie, kamerbrief 7 april 2016 Sander Dekker, nu.nl, trouw.nl, AD